Willem van Konijnenburg

Geïnspireerd door Meerssen

Hoewel Willem van Konijnenburg (1868-1943) nooit in Meerssen heeft gewoond zal zijn naam er wel altijd mee verbonden blijven. Gedurende zijn hele leven verbleef hij met regelmaat in Huize door Vlijt, het huis van zijn grootouders, alsook op de Raarhof, in Vroenhof en elders in Meerssen. Hier werd de kiem werd gelegd voor zijn kunstenaarschap. Hij was bevriend met diverse leden van de Meerssense School, waaronder Jan van Puijenbroeck en Alphons Volders.

Willem sr en Sara

Willem van Konijnenburg komt op 11 februari 1868 ter wereld in Den Haag als zoon van Willem van Konijnenburg sr (1836-1894) en jonkvrouw Sara Louise Vrijthoff (1841-1918). Vader Willem wordt in Frederiksoord geboren, maar daalt voor zijn werk af naar het zuiden. Tijdens zijn baan bij het kadaster in Maastricht, ontmoet hij zijn toekomstige vrouw.

 

Willems moeder Sara Louise Vrijthoff

Sara is afkomstig uit Meerssen, ze wordt geboren in Huize door Vlijt. Het prachtige herenhuis bestaat nog steeds (Adres: Tussen de Bruggen 1 te Meerssen). Willem sr. en Sara trouwen op 8 oktober 1863 in Meerssen. In verband met Willems werk verhuizen ze eerst naar Zwolle en later naar Den Haag. Hier klimt Willem sr. op in de ambtelijke hiërarchie en schopt hij het tot adviseur van de minister over belastingwetgeving.

Leren tekenen in Meerssen

Omdat Sara’s ouders en andere familieleden in Meerssen wonen komt het gezin Van Konijnenburg daar geregeld. Sara tekent niet onverdienstelijk en tijdens bezoekjes bij opa en oma op Huize door Vlijt krijgt Willem zijn eerste tekenlessen van haar. Hij tekent het huis, de hekken van de tuin, de tuin, de bomen, de vogels en de omgeving. Hier wordt het zaadje geplant voor zijn latere carrière.

Een kindertekening van Willem uit 1879 (ca. 11 jaar)

Ansichtkaart van een vergelijkbare plek in Meerssen: het Molenveldsje

Ontwikkeling tot tekenaar en schilder

Na zijn schoolperiode behaalt Willem de akte tot tekenleraar in Den Haag. Hij kreeg vele privé-leerlingen en heeft contact met mensen van de Haagse School zoals Mauve en Mesdag.

In de eerste periode van zijn leven is hij sterk beïnvloed door de school van Barbizon. Buiten tekenen en voorstudies maken was erg belangrijk voor de kunstenaars van deze school. Willem Van Konijnenburg tekent vooral de omgeving van Meerssen, waar hij vele zomers verblijft.

Achterzijde basiliek 1891, collectie gemeente Meerssen

Achterzijde Oliemolen, ca 1899

Limburgs Landschap, collectie gemeente Meerssen

Sluisje in de Geul, Limburgs Museum Venlo

Limburgs Landschap, Limburgs Museum Venlo

De eerste delen van zijn dagboeken vol tekeningen (die zich in het archief van het Gemeentemuseum in Den Haag bevinden) getuigen hiervan. Van deze tekeningen maakt hij olieverfschilderijen. Soms zo getrouw dat je ze over elkaar heen kunt leggen. In de schilderijen voegt hij vaak een vrouwenfiguur op de rug gezien toe.

Ingang Carré boerderij c. 1895, met koeien, getekende dagboeken Gemeentemuseum Den Haag

Ingang carré boederderij z.j., Limburgs Museum Venlo

Professioneel tekenaar

Met zijn schilderijen heeft Willem echter geen succes. Hij kan zijn werk enkel blijven doen omdat zijn vader hem financieel ondersteunt. Na diens dood in 1894 moet hij echter op eigen benen staan. Noodzaak dwingt hem zich heel breed met zijn vak bezig te houden. Hij ontwerpt affiches, gelegenheidsgrafiek, spotprenten, boekillustraties, glas-in-loodramen, een bootinterieur en gevelbeelden.

Links: Ontwerp van een glas-in-lood-raam voor de Nieuwe Kerk in Delft.

Boven: Het uiteindelijke raam. Links Willem III, rechts Mary II.

 

Ontwerp voor de een dienstregeling van watertochtjes

 Getrouwd

Op 30 september 1897 huwt hij Johanna Petronella ‘Netty’ Kempers, 1872-1963.Tijdens de huwelijksreis bezoeken ze onder andere Maastricht, Valkenburg en Meerssen. Het echtpaar blijft kinderloos.

Willem en Netty rond 1922 in de tuin van Huize Vroenhof.

Op zoek naar een eigen stijl

Rond de eeuwwisseling kiest Willem voor een andere koers. Na een bezoek aan Parijs in 1901 wijst hij de School van Barbizon en het impressionisme af. Hij gaat op zoek naar een eigen stijl. In 1907 ontmoet hij de kunstcriticus Albert Plasschaert die vanaf dat moment een belangrijke rol in zijn leven zal spelen.

In navolging van Plasschaert gaat Willem gaat ook over kunst schrijven. Hij bericht over de nieuwe esthetiek, en zijn nieuwe stijl die meer op meetkundige principes en analyses van de opbouw van de voorstelling is gebaseerd dan op het gebruik van kleur. Hij geeft lezingen en mengt zich in discussies over moderne kunst.

Mathematische figuur en voorstelling vallen zo innig samen, dat de voorstelling, als het ware, hare eigene aesthetische draagster wordt. Maar de voorstelling zal de mathematische figuur duidelijk en klaar voordragen en haar niet in opsmuk verbergen of in techniek verdoezelen.

Raar, rond 1905, Limburgs Museum Venlo

 

Tijdens deze ontwikkelingen blijft Meerssen hem inspireren. Willem blijft er komen. Men kan dit zien in het door hem veel gebruikte motief van een landschap in de achtergrond en de keuze van onderwerpen als ossenkarren , herder en herderinnen.

Herder en herderin 1922

 

In contact met de Meerssense School

In de Eerste Wereldoorlog komt Willem in contact met Jan van Puijenbroeck en andere leden van de Meerssense School. Samen met Van Puijenbroeck wordt hij als de belangrijkste kunstenaars van de Meerssense School gezien.

Van Puijenbroeck noemt hem in een brief uit 1953 zijn vriend. Charles Eyck schrijft in een van zijn brieven dat de discussies over kunst tussen Willem en Van Puijenbroeck – over het gebruik van kleur – hem inspireren om zijn eigen stijl te ontwikkelen. Beide schilders stimuleren Eyck om aan de kunstacademie in Amsterdam gaan studeren. Als Charles Eyck de Prix de Rome wint, zit Van Konijnenburg in de beoordelingscommissie.

De kunstenaars van de Meerssense School schilderen dezelfde onderwerpen als Willem van Konijnenburg 30 jaar eerder deed. De vraag is of Willem een rol in deze onderwerpkeuze heeft of dat het gewoon de meest schilderachtige plekken van Meerssen zijn…

Willem van Konijnenburg en zijn vrouw Netty blijven hun hele leven naar Meerssen komen en blijven tot aan hun dood bevriend met Alphons Volders en zijn familie. Charles Eyck en Herman Koch komen ook vaak bij Volders over de vloer. Eyck heeft een mooie tekening van Netty van Konijnenburg gemaakt die zich in particulier bezit bevindt.

Netty van Konijnenburg getekend door Charles Eyck

 

De doorbraak als kunstenaar

In 1917 breekt Willem van Konijnenburg door en wordt erkend als een van de belangrijkste kunstenaars van zijn tijd. Hij wordt in één adem genoemd met Jan Toorop, Antoon Derkinderen en Jan Sluijters.

In de laatste periode van zijn leven is hij vooral actief als monumentaal kunstenaar. Hij ontwerpt onder andere ramen voor de Nieuwe Kerk te Delft waaronder het Wilhelminaraam (1925) en het raam van Willem III en Mary (1933). Hij maakt een grote schildering van de Triomf van Sint Thomas van Aquino in de Dominicaner kloosterkerk te Zwolle (1924-1938). Voor de aula van de Rijksuniversiteit Utrecht ontwerpt hij tussen 1934 en 1941 wandtapijten. En hij ontwerpt ook postzegels.

Zomerzegels 1935 (Bron: Wikipedia)

 

Heimwee?

Willem blijft tot eind jaren dertig tekening van Huize door Vlijt, de omgeving ervan, de Raarhof, Vroenhof en omgeving, de Maasbrug te Maastricht en de ruïne te Valkenburg in allerlei technieken in zijn dagboeken vastleggen. Ook bevinden zich daarin schetsen en voorstudies van zijn glas-in-loodramen en wandtapijten.

Opvallend is dat het werk waar hij sinds ontwikkeling van zijn eigen stijl mee buiten treedt en het werk dat hij privé maakt in zijn dagboeken zeer van elkaar afwijkt. Is er sprake van heimwee naar een gelukkige jeugd, een thema dat hij in zijn ‘professionele’ werk niet gebruikt maar in zijn schetsen voor privé gebruik wel? Hoe dan ook: Meerssen blijft belangrijk voor hem, zijn leven lang.

De Raarhof, atelier van 1912-1920

Collectie Limburgs Museum

Raarhof 1918, getekende dagboeken

Gemeentemuseum Den Haag

Willem van Konijnenburg, Vroenhof (atelier van 1920 tot 1924)

Tuinhek Huize door Vlijt 1933-193,

Getekende dagboeken, Gemeentemuseum Den Haag

Pagina uit een van Willem’s dagboeken

Tuin Huize door Vlijt 1928

Getekende dagboeken, Gemeentemuseum Den Haag

Afscheid

Vlak voor zijn dood op 28 februari 1943 brengen Volders en Eyck nog een afscheidsbezoek aan hem in Den Haag. Na zijn dood blijft Netty van Konijnenburg naar Meerssen komen en de familie Volders bezoeken. Ondanks de wens van haar man om tot 30 jaar na zijn dood geen overzichts- of herdenkingstentoonstelling te organiseren, geeft Netty 10 jaar na zijn dood in 1953 toestemming om enkele werken van haar man samen met werken van Jan van Puijenbroeck in het nieuwe Raadhuis van Meerssen tentoon te stellen, want:

hij verbleef zo graag in Limburg

en heeft er veel gearbeid

Uil, (waarschijnlijk) 1941